iPoetry blog

Een poëtisch hotel

Welk een weelde afgelopen donderdag 28 januari in Grand Hotel Karel V: Het Huis van de Poëzie had zich dit jaar vermomd als hotel. Vanaf acht uur waren de geluiden die doorgaans van hotelkamers komen, vervangen door poëzie, ritme, rijm. Na de opening, met scherpe zinssneden van SLAU-voorzitter Ari Doeser voor de burgemeester over de miserabele letterenfinanciering in de stad, verdeelde het toegestroomde publiek zich over de kamers en zalen.
Door: Fleur van Greuningen

In de chique kamers lagen de toehoorders comfortabel op de veel te dure dekbedovertrekken - met hun schoenen aan. En zij luisterden naar bijvoorbeeld Bart Moeyaert, die op ethisch en episch verantwoorde wijze zijn geschiedenis overbracht. Stamboomverhalen waren niet van de lucht, want ook Rozalie Hirs bracht haar wortels te berde. Zij het niet zozeer episch, maar met gedichten die grensden aan muzikale composities.

De winnaar van de Turing-prijs, Gerwin van der Werf, schreef zijn geschiedenis op de avond zelf. Een dag ervoor had hij te horen gekregen dat hij de prijs had gewonnen en op gedichtendag stond hij tussen de gevestigde namen in de Graaf van Leicester-zaal. (link gedicht: http://www.turingfoundation.org/movies/sound15.html)

Bij anderen werd op een talige manier duidelijk waar zij hun roots hadden liggen: Robert Glick, een PhD-student uit Utah, droeg zijn gedichten voor in zijn moedertaal. Zijn gedichten grensden aan Alice in Wonderland-achtige sprookjes met een kartelrandje en datzelfde Grimmige component van zijn werk was terug te vinden in zijn verschijning: enigszins duister, maar geenszins eng, met dat lange haar en dat zwarte. Tel daarbij de schaapzachte bioscoopstoelen van de Leicester-zaal op en je maakt een prettige dommelreis door.

In De Donkere Kamer van Michaël konden ook dommelreizen geboekt en gemaakt worden. Hier werden de bezoekers getrakteerd op een spirituele, zintuiglijke en ook nog eens poëtische ervaring. Nadat de oogkleppen op waren gezet en de lichten uit waren gedaan, werd men tot rust gebracht door een new-age goeroe die ons leerde te ademen, maar gelukkig ook door de stem van Gerard Reve. Rondzingende geuren zetten Proustiaanse raderen in beweging. De apotheose bevond zich echter niet bij die ervaring, maar bij de optredens van de dichters die volgden na de zintuiglijke inleiding. NK Poetry Slam-winnares Ellen Deckwitz bijvoorbeeld, die gebruik maakte van de duisternis om de toehoorders op aangename wijze te verrassen met haar stemgeluid én lichaamstaal. In deze donkerte verscholen zich ook Peter Knipmeijer, die op de avond zijn bundel presenteerde - elders, in een verlichte kamer, dat wel -, Menno Wigman, Maarten Inghels et al om de duistere kamer te vullen met woorden.
Zo waren er vele kamers met poëzie, ook een kamer waarin de poëzie via radiogolven de atmosfeer in werd gestuurd: vanuit deze kamer werd VPRO's De Avonden uitgezonden. En een kamer vol serieuze woorden: Studium Generale verzorgde lezingen over het vertalen van poëzie en Salon Saffier bracht Lorca tot leven.

Het eindpunt van de live-poëziebloemlezing lag in de Leicester-zaal. Tjitske Jansen vertelde niet waarom ze naar de tandarts was, of iets dergelijks, maar las wel haar gedichten voor op karakteristieke wijze: de toehoorder ritmisch de weg wijzend naar de climax van het gedicht. Na haar laatste punt, uitgeleid door een applaus, was Het Huis officieel afgebroken. Officieel. Op naar het bouwplan van het volgende Huis.

Door: Fleur van Greuningen

Geplaatst door Michaël Stoker op 2 februari 2010