Nieuws

God in de Gamma en een teddybeer

Het moment was daar. Woensdag 2 mei: de U-slam voorronde 7, een wederom spannende battle tussen acht dichters die allemaal op jacht waren naar die felbegeerde plek in de jaarfinale. Maar waarom is het nou eigenlijk leuk om naar de U-slam te komen? Niet alleen om mee te doen, maar ook om te komen kijken en je met een biertje in de hand weg te laten zakken in een wervelstorm van voordrachten. Om dat uit te vinden ging onze verslaggeefster op pad om te zien wat Utrecht ons allemaal aan poëzie te bieden heeft.

Het is woensdagavond, 19:56. De deelnemers zijn aanwezig, sommigen zenuwachtig, anderen nonchalant. Ook de jury zit vol verwachting op hun plek. Alexis de Roode en Roland Fagel zijn de twee vaste juryleden, Pim te Bokkel vult hen deze week aan als gastjurylid. Er worden stemfiches uitgedeeld waarmee publiek en deelnemers kan stemmen op de favoriete dichter. Er wordt gefluisterd, gelachen, glazen worden vol goede moed geklonken – of zijn het eigenlijk de gemoederen die tot rust getikt moeten worden? Nog vier minuten,


drie, twee, één…


De eerste die het podium op gaat is de 24-jarige Rens van der Knoop, die de avond opent met het gedicht ‘Torens’. Daarna volgen nog zeven keer drie minuten van verschillende gedichten, sferen en klanken die gaan over teddyberen, een gevallen hand van een engel, naakte benen op een berg afval en waarom God te vinden is in de Gamma. Er is Roel Weerheijm die begint met twee zangregels en Frank Fabian van Keeren die zijn tekst vergeet. Er is Merein Baas, de extreem lange kandidaat voor wie de microfoonstandaard eigenlijk iets te klein is. Er is Maurice Levano, een jongen met een zilveren koffer vol confetti en een Amsterdams accent. Het publiek lach, houdt zijn adem in en werpt af en toe een stiekeme blik naar de jury terwijl “het pleisterkalt trilt van al dat gefluister.”*


De publieksfavorieten na de eerste ronde zijn Maurice Levano en Roel Weerheijm, de jury laat vervolgens ook nog Frank Fabian van Keeren en Rinske Kegel doorgaan naar de tweede ronde. Vier harten in rouw, en vier die zich nog kunnen vasthouden aan een glimp van eeuwige roem.Opnieuw krijgen deze overgebleven strijders drie minuten de tijd om hun stem te laten horen. Opnieuw is er veel variatie, en voor ieder wel wat wils. Er is ironie, er wordt recht voor zijn raap gesproken, en hier en daar komt er soms ook wat romantiek om de hoek gluren. Toch moeten twee dichters afdruipen, wat Maurice Levano en Rinske Kegel samen in de laatste ronde brengt. In een vurige strijd om die plek in de jaarfinale zetten beide dichters alles op alles. Stembanden worden strak getrokken terwijl de laatste woordenkogels zonder genade het publiek in worden geschoten. Iedereen hoopt, maar niemand weet het. Wie gaat er winnen vanavond?


De jury geeft gemiddeld twee punten hoger aan Rinske dan aan haar tegenstander. Daarmee lijkt het spel voor de man met de ijzeren koffer vol bakstenen, ballonnen en confetti al bijna gedaan. Het publiek denkt daar echter anders over. Vol overgave stemmen zij met 31 tegen 4 op Maurice en hij wordt daarmee de ultieme winnaar van voorronde 7.


De microfoon wordt stil, het oordeel is geveld. De U-slam liet zeven deelnemers het schip verlaten. Zonder genade. Zonder discussie. Maar vol plezier, mooi gedraaide zinnen die op ijsjes leken en waar het publiek als één grote tong zachte likjes van neemt tijdens een avond vol gezelligheid. Een plek waar gedichten tot leven komen terwijl buiten de straatstenen zachtjes naar het maanlicht huilen. Oehhhhh-oehh-oeh, poëzie.



* Quote uit het gedicht ‘Torens’ van Rens van der Knoop

 

Tekst door: Destanny Siwaletti

Geplaatst door Redactie iPoetry op 9 mei 2012