Nieuws
Rutger Kopland overleden
Op 11 juli overleed Rutger Kopland. Hiermee overleed de eerste gekozen Dichter des Vaderlands een week na de eerste benoemde Dichter des Vaderlands.
Rutger Kopland, pseudoniem van Rutger (Rudi) Hendrik van den Hoofdakker, werd op 4 augustus 1934 geboren in Goor. Kopland studeerde medicijnen in Groningen, en ging daarna als huisarts aan de slag in Zeist. In 1966 promoveerde hij op het proefschrift 'Behaviour and EEG of drowsy and sleeping cats'. Na zijn promotie verbond Kopland zich aan de Medische Faculteit van de Rijksuniversiteit van Groningen, waar hij uiteindelijk werd aangesteld als hoogleraar biologische psychiatrie. Kopland was voornamelijk werkzaam op het gebied van depressiebestrijding door lichttherapie en slaapverschuiving. Daarnaast heeft hij onderzoek verricht naar ECT (elektroconvulsietherapie), ofwel elektroshocktherapie.
Al tijdens zijn studie schreef Kopland gedichten. Vanaf 1964 begon Kopland zijn poëzie ook in literaire tijdschriften te publiceren, onder andere in Tirade en Hollands Maandblad. In 1966 debuteerde hij met de bundel 'Onder het vee'. In de jaren die volgden begon Kopland als dichter furore te maken. Kopland viel meermalen met zijn poëzie in de prijzen; in 1970 ontving hij de Jan Campert-prijs voor zijn bundel 'Alles op de Fiets' (1969), en in 1976 werd 'Een lege plek om te blijven' (1975) bekroond met de Herman Gorterprijs. Voor 'Dit uitzicht' (1982) en 'Tot het ons los laat' (1997) ontving hij daarnaast respectievelijk de Paul Snoekprijs 1984 en de VSB poëzieprijs 1998. In 2002 werd Kopland verkozen tot Dichter des Vaderlands, en in 2005 kwam hij in aanmerking voor een Koninklijke onderscheiding. In beide gevallen heeft Kopland de eer echter aan zich voorbij laten gaan. De Koninklijke onderscheiding weigerde hij naar eigen zeggen "omdat Koninklijke onderscheidingen bedoeld zijn om mensen in het zonnetje te zetten, die normaal gesproken in de schaduw staan." De eredoctoraten van de Universiteit voor Humanistiek en de Rijksuniversiteit Utrecht, welke hij in beide gevallen ontving voor de combinatie van zijn wetenschappelijke en literaire verdiensten, liet hij echter niet aan zich voorbijgaan. Ook de P.C. Hooftprijs voor zijn oeuvre, die hij reeds in 1988 aangeboden kreeg, nam hij in ontvangst.
Na een ernstig auto-ongeluk in 2005 trok Kopland zich grotendeels terug uit de openbaarheid. Met dichten hield hij echter gelukkig niet op; in 2008 verscheen zijn meest recente bundel 'Toen ik dit zag'. Kopland was getrouwd, heeft drie kinderen en woonde de laatste jaren van zijn leven in Glimmen in de provincie Groningen. Op 11 juli 2012 stierf de gelauwerde dichter.



