Nieuws

Daniel Vis blogt over WK Poetry Slam

Yeah, so, there’s a park up the road and I’ve got a pussy!’ Ik teken dit op uit de mond van de Deense deelneemster (alliteratie alom) die een half woord Frans spreekt en wordt aangesproken door een deelnemer van de nationale Franse competitie op een late avond aan 103 rue Julien Lacroix, Parijs. Het is het WK poetry slam, pardon, de Coupe du monde de poesie 2014.

Vooraf was ik gewaarschuwd voor de grillen van Pilote, café-uitbater, organisator en explosief geval. Ik heb er verder geen last van gehad en ‘m vooral bewonderd om zijn broeken met exotische printjes (luipaard, tijger, zebra). De beste man is een safari op een vespa, en zo hoort het. Vooraf was ik trouwens niet gewaarschuwd voor douaniers op het perron van Gare du Nord. Die sprongen opeens tevoorschijn, wilden weten waar ik vandaan kwam en of ik “rookte”. Mocht je ooit wiet willen smokkelen per Thalys; reis in een pak en gebruik een rolkoffer, die lui vragen ze niks. Verder was ik ook niet gewaarschuwd voor de Deense deelneemster, maar dat kan ik niemand kwalijk nemen. Goed. Het WK dus.

Natuurlijk lag ik er na de eerste ronde uit, volgens goed Nederlands gebruik. Laat ik opmerken dat zolang een Nederlandse deelnemer niet wint, het goed gaat met de vaderlandse slam. Behoudens leden van het journaille is er in Nederland niemand die slam aanziet voor de performance van slappe teksten. Internationaal is dat wel het geval. Ik heb binnen het veld van een goede 20 deelnemers niet meer dan 3 mensen gehoord die dichter waren en geen slammer. Laten we onszelf in de handjes wrijven dat de slam hier gaat om goede tekst die goed wordt gebracht, niet het goed brengen van dagboekfragmenten gedrenkt in woordspel. Tot zover mijn waardeoordeel. Een week lang in Parijs rondhangen als deelnemer van het WK is dan ook vooral gezellig, en slecht voor de gezondheid. Drinken tegen gereduceerd tarief, de beste kebab ooit (bij de Syriërs aan de overkant van de straat) en de niet-toeristische kant van Parijs die vele malen aangenamer is dan het platgelopen centrum en de met amateur-portrettisten overspoelde oude “kunstenaarswijken”. Omdat niet van iedere lezer dezes verwacht kan worden dat hij/zij zich op kosten van Pilote naar de Franse hoofdstad kan begeven, enkele tips:

Rue de Belleville (metro 2 of 11, halte Belleville): briljante kebab, briljant Vietnamees. Iets verder doorlopen, linksaf: Parc des Buttes Chaumont. Fantastisch park met uitzicht over de stad en kerels die je biertjes willen aansmeren voor 3 euro per flesje (afdingen, of gewoon naar de supermarkt voor je op het gras gaat zitten).

Wil je ook nog wat literairs maar spreek je geen Frans: elke maandag Rue Jean-Pierre Timbaud in café Au Chat Noir, Engelstalige literaire avond in een snikhete en spoedig overvolle kelder. Wel Frans, ook maandag, iets verderop in dezelfde straat: l’Autre Café, respectievelijk nr. (ongeveer) 76, en nummer 62.

Laatste tip: win toch gewoon maar het NK. Het is natuurlijk allemaal veel leuker met de geniale mix van dichters, slammers, vrijwilligers die je er dan bij krijgt.

 

Geplaatst door Redactie iPoetry op 1 juli 2014