Catharina Blaauwendraad

1965

Catharina Blaauwendraad (Breda, 1965) schrijft proza, poëzie en essays. Zij is tevens werkzaam als vertaalster en redacteur. Zij begon al jong met schrijven maar beschouwt de publicatie van haar poëzie in het literaire tijdschrift 'De Tweede Ronde' (1989) als haar literaire debuut. Op 29 september 2004 verscheen bij uitgeverij Holland in Haarlem in de serie De Windroos haar bundel 'Niet ik beheers de taal'. Over deze bundel schreef Jean Pierre Rawie: "Door deze gedichten waait die geheimzinnige wind, waarzonder ware poëzie niet kan bestaan." Op 7 april 2009 verscheen bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam 'Beroepsgeheim'. In haar tweede bundel verkent Catharina Blaauwendraad het grensgebied tussen de persoonlijke en de publieke ruimte.

Catharina Blaauwendraad woont in Amsterdam en heeft een dochter. Ze werd geboren als domineesdochter die haar jeugd ondermeer in Etten-Leur, Groenekan en Rotterdam doorbracht. Al vroeg was zij zich bewust van de macht van taal, de grote gevolgen van kleine wijzigingen in een tekst. Deze kennis kwam haar goed van pas bij haar studie Vertaalwetenschappen. Inmiddels vertaalt ze teksten uit het Engels, Spaans en Duits. Als dichteres onderkent zij als geen ander het belang van metrum en ritme, hetgeen haar een goede reputatie als vertaalster van buitenlandse poëzie opleverde. Haar vertalingen zijn te vinden in tal van bloemlezingen, waar inmiddels ook veel eigen werk in terug te lezen is.
Zo vind je teksten van Catharina Blaauwendraad in ‘Ik hou van Holland - Liedjes, conferences en light verse’ verzameld door Kick van der Veer, '160 SMS-gedichten' samengesteld door Sofie Cerutti en '25 jaar Nederlandse poëzie, 1980-2005' gekozen en ingeleid door Chrétien Breukers.

1989 beschouwt Blaauwendraad als het jaar waarin haar literaire carrière begon. Op aanraden van Adriaan Morriën stuurde ze haar gedichten naar het literaire tijdschrift ‘De Tweede Ronde’, dat prompt tot publicatie overging.


Het papier, dat ziet Blaauwendraad als de plaats waar poëzie zich in de eerste plaats openbaart. Het papier, en pas in de tweede plaats het podium. Hoewel zij in haar werk sporen terugvindt van christelijke dichters als Barnard en Oosterhuis, en dichteressen als Schmidt en Min, laat zij zich liever inspireren door prozaschrijvers en essayisten als Nabokov, Canetti en Bloch. De vrees een epigoon te worden van degene die ze bewondert ligt altijd op de loer.


Op 29 september 2004 verscheen bij Uitgeverij Holland in Haarlem in de serie De Windroos de bundel 'Niet ik beheers de taal'. Over deze bundel schreef Jean Pierre Rawie: ‘Door deze gedichten waait die geheimzinnige wind, waarzonder ware poëzie niet kan bestaan.’ Zo’n vijf jaar later, op 7 april 2009 bracht uitgeverij Nieuw Amsterdam de bundel 'Beroepsgeheim' uit. Blaauwendraad probeert in deze bundel een schuilplek te creeëren waarin zijzelf en haar lezers zich kunnen terugtrekken uit de publieke ruimte. "Ze gaat, kortom, op zoek naar de donkere kamer in het glazen huis", aldus de achterflap.

 

Bibliografie

Niet ik beheers de taal (Holland (Windroos reeks), 2004)
Beroepsgeheim (Nieuw Amsterdam, 2009)

Links