Neeltje Maria Min
Neeltje Maria Min schreef al vanaf jonge leeftijd gedichten en publiceerde later in diverse Nederlandse tijdschriften en kranten. Min schreef haar werk gedeeltelijk onder verschillende pseudoniemen: Eva Eederschmid, Brunette Seranini en August Rondenborstish. In 1966 verscheen haar poëziebundel 'Voor wie ik liefheb wil ik heten', die binnen korte tijd een klassieker werd. Ze zweeg vervolgens bijna twintig jaar, waardoor Min langzamerhand de status van een legende kreeg. Haar tweede bundel 'Een vrouw bezoeken' verscheen in 1985 en tien jaar daarna publiceerde ze haar meest recente bundel tot nu toe: 'Kindsbeen'.
Neeltje Maria Min werd geboren in het kunstenaarsdorp Bergen. Op achttienjarige leeftijd stuurde ze een paar gedichten onder de naam Sophie Perk naar het Algemeen Handelsblad. Daar kreeg dichter Ed. Hoornik ze onder ogen en zocht contact met deze juffrouw Perk. Na een nieuwe publicatie in De Gids maakte Hans Andreus zich sterk voor de uitgave van haar debuutbundel, maar Min zag de samenwerking niet zitten: "Ik moest er van alles uithalen en veranderen, tot ik zei: Ík heb niet verzonnen dat er een bundel moest komen, doe het dan maar niet." De bundel verscheen uiteindelijk in 1966 bij Bert Bakker, met de titel Voor wie ik liefheb wil ik heten. De bundel werd direct een groot verkoopsucces. Het titelgedicht groeide al snel uit tot een klassieker:
mijn moeder is mijn naam vergeten,
mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
hoe moet ik mij geborgen weten?
noem mij, bevestig mijn bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten.
noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.
voor wie ik liefheb, wil ik heten.
Er werd reikhalzend naar een nieuwe bundel uitgezien, maar Neeltje Maria Min zou negentien jaar geen nieuw werk laten verschijnen. Volgens de auteur te wijten aan de weinig aantrekkelijke kanten van de roem, Én andere bezigheden: "Die ophef, herkend worden, dat is echt vreselijk hoor. Het zijn altijd vervelende mensen die dan wat van je moeten. Die tijd is nu zo ver van me af. Het is ook net alsof het mijn naam niet is. Meer een merk dan een naam. Ik kreeg meer kinderen, en had het daar gewoon druk mee. Ik dacht dat dat het was."
In 1986 kwam alsnog haar tweede bundel uit, Een vrouw bezoeken, opgevolgd door (wederom met een lang interval) Kindsbeen (1996). Over haar inmiddels befaamde spaarzame productie zei ze tegen Marja Pruis die in De Groene Amsterdammer viste naar een vierde bundel: "Ik heb vaak wel zin, maar doe het dan toch niet. Het is heel prettig om te denken dat je aan je bureau kunt gaan zitten, of aan de waterkant of weet ik waar, met een vodje papier, en dat je dan de woorden op een plaats gaat jagen. De gedachte dat je dat elk moment kunt doen, is vaak al voldoende."
In al die jaren bleef haar eersteling gewoon in druk verkrijgbaar: er zijn inmiddels meer dan 80.000 exemplaren van verkocht.
(citaten afkomstig uit het interview van Marja Pruis met Neeltje Maria Min in De Groene Amsterdammer, 21 juli 2001)



