Gerrit Komrij

1944 - 2012

Gerrit Komrij (Winterswijk, 1944 - Amsterdam, 2012) was dichter, bloemlezer, criticus, winnaar van de PC Hooftprijs en beschermheer van jonge, veelbelovende dichters. Hij debuteerde in 1968 met de bundel 'Maagdenburgse halve bollen en andere gedichten'.

De Tweede Wereldoorlog heeft ons ook iets goeds gebracht: Gerrit Komrij. Hij werd op 30 maart 1944 in Winterswijk geboren, en hoewel op 5 mei 1945 de vrede werd getekend, zat het bommenwerpen Komrij in het bloed. Hij begon al op de middelbare school met het schrijven van gedichten waarmee hij de poëzie van die tijd opblies.

"Pas" op zijn negentiende wist hij: Ik ben dichter: "In een handomdraai was het gebeurd. Anderen mogen het een goddelijke ingeving noemen, een moment van waarheid, een mystieke blikseminslag - mij kwam het op dat moment alleen voor of er een knop werd omgedraaid. Ik kreeg er niets bij, ik werd er niet rijker of vollediger door - het licht ging aan in een kamer, meer niet. De kamer zelf was er al. Pàng. Van het ene moment op het andere wist ik wat poëzie betekende." (Uit: 'Alles onecht: keuze uit de gedichten'. Amsterdam: De Arbeiderspers, 1984, p. 13).
Geen zoetsappige stukjes over bloemetjes en bijtjes. Maar de dood en het verval, ernst en spot, dat kenmerkt zijn werk. De titel van zijn eerste bundel, 'Dekonstruktie in vier delen', die in 1963 bij een drukkerij in Winterswijk uitkwam, zegt eigenlijk al genoeg. "Een pseudodebuut", noemt Komrij het. In 1968 debuteerde hij echt, met de bundel 'Maagdenburgse halve bollen en andere gedichten', die uitkwam bij De Arbeiderspers. Met name de vorm van deze gedichten week af. Sinds de Vijftigers was het vrije vers de norm. Komrij vatte zijn gedichten in een strakke regelmaat (drie strofen van vier vijfvoetige jamben). Vele bundels volgden.

In 1976 verwierf hij nationale bekendheid als televisiecriticus. In NRC deed hij verslag van zijn bevindingen voor de buis. In 1979 stelde hij een bloemlezing samen die zich ontpopte tot de poëziebijbel van hedendaags Nederland. 'De Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw in 1000 en enige gedichten'.
En daarmee was Komrijs naam als dichter, criticus en opperbloemlezer gevestigd. Voor 1980 had hij zijn stempel gedrukt op het Nederlandse culturele klimaat. Hij was klaar. Sinds 1984 woonde Komrij, samen met zijn vriend Charles Hofman in Portugal, vlakbij Coimbra maar hij keerde nog zeer regelmatig terug naar Nederland. Het boek 'Over de bergen' verhaalt over zijn leven in Vila Pouca da Beira.

De prijzen en loftuitingen die hij ontvangen heeft, zijn niet meer op een hand te tellen. In 1993 ontving hij voor zijn beschouwend proza de PC-Hooftprijs. Een nieuw hoofdstuk brak aan toen Komrij benoemd werd als Dichter des Vaderlands. Deze functie zou een periode van vijf jaar behelsen. Komrij vulde er vier in. Hij richtte in die tijd De Poëzieclub op, om jong talent onder de aandacht te brengen, en liet in de Sandwichreeks jonge dichters debuteren. Komrij's afkeer van pretentie en respect voor de literatuur maken dat hij open stond voor het werk van jonge dichters, hen de hand reikte die hen helpt de drempel naar de literaire wereld te overbruggen.

Gerrit Komrij overleed op 5 juli 2012 in het OLVG te Amsterdam, na een ernstige ziekte.

Laatst gewijzigd op 11 november 2013 door Gina van den Berg

Foto: Anna van Kooij

Bibliografie

Dekonstruktie in vier delen (Eigen beheer, 1963)
Maagdenburgse halve bollen en andere gedichten (De Arbeiderspers, 1968)
Alle vlees is als gras of Het knekelhuis op de dodenakker (Meulenhoff, 1969)
Ik heb Goddank twee goede longen (Meulenhoff, 1971)
Tutti-Frutti (De Arbeiderspers, 1972)
Op de planken. Episodes uit het leven van de tragédienne Zizi Maelstrom en de toneelkunstenaar Sacha Culpepper (Aarts, 1973)
Komrij’s patentwekker (Aarts, 1974)
Fabeldieren (De Arbeiderspers, 1975)
De wonderbaarlijke lotgevallen van Jubal Jubelslee (Boelen, 1975)
De verschrikking (De Arbeiderspers, 1977)
Capriccio (Sub Signo Libelli, 1978)
Sing Sing ( Salix Alba, 1978)
Het schip De Wanhoop. Gedichten, 1964-1979 (De Arbeiderspers, 1979)
Peper en zout (De Roofpers, 1980)
Onherstelbaar verbeterd (Aarts, 1981)
De os op de klokketoren (De Arbeiderspers, 1982)
Weg is weg (Willem Huijer, 1982)
Weg is weg (Willem Huijer, 1982)
Gesloten circuit (De Arbeiderspers, 1982)
Banaal alfabet (Tight End Press, 1983)
Alles onecht. Keuze uit de gedichten (De Arbeiderspers, 1984)
De vampier en de grafdelver, of: De antiquaar als doodsheraut (Antiquariaat Willem Huijer, 1984)
En de visser, hij rustte voort (Exponent, 1987)
Twee werelden (De Arbeiderspers, 1987)
De nachtmerrie (Siau & Van Daalen, 1990)
Het moordcommando (Ser J.L. Prop, 1992)
De koning slaapt (Ser J.L. Prop, 1993)
Alle gedichten tot gisteren (De Arbeiderspers, 1994)
Mijn minnaars (Tight End Press, 1994)
Faust, zoveelste deel (Nysingh Advocaten, 1997)
Rook zonder vuur (Stupers Van der Heijden PR, 1998)
Overal en nergens (Galerie Breevoort, 1998)
Tequila sunrise. In een ander land (Herik, 1998)
52 sonnetten bij het verglijden van de eeuw (Bert Bakker, 2000)
Hutten en paleizen (De Bezige Bij, 2001)
Luchtspiegelingen. Gedichten, voornamelijk elegisch (De Bezige Bij, 2001)
Capriccio. De mooiste liefdesgedichten (Thomas Rap, 2002)
Ik, het boek. Een levensverhaal (Boekverkooperscollegie Eendragt, 2003)
Leliën. Originele lithografiën van Farhad Ostovani = Lys. Litographies originales de [Farhad Ostovani] (Museum het Rembrandthuis, 2003)
De bibliotheekknecht (De Baaierd, 2004)
Gepaard en ongepaard (Hercules Segers Stichting, 2004)
Fata Morgana (Ergo pers/De Slegte, 2005)
Spaans benauwd (De Bezige Bij, 2005)
Kinderballade (De Carbolineum Pers, 2006)
Luchtdicht verpakt (Uitgeverij Bart Verheyen, 2007)
Ballade van de boekenjager (De Slegte, 2008)
En de visser, hij rustte voort. Visser van Ma Yuan van Lucebert onherstelbaar verbeterd! (De Uitvreter, 2008)
Dansen op spijkers (De Bezige Bij, 2009)
Er is geen vrijheid in de zandwoestijn (De Bezige Bij, 2009)
Dansen op spijkers (De Bezige Bij, 2009)
Binnenstebuiten (Thieme Art, 2009)
Morseseinen uit Il Vittoriale (Jan Juffermans, 2010)
Boemerang en andere gedichten (De Bezige Bij, 2012)

Links