Johanna Geels

Johanna Geels (1968) had als dichter een late roeping. Ze begon in 2004 met dichten, eerst op de NCRV-website Dichttalent. Als snel won ze poëzieslams en kreeg ze haar eerste tijdschriftpublicaties. Begonnen op het breedste podium, internet, trok haar poëzie al snel de aandacht van het literaire circuit. In 2008 verscheen haar debuut Tuig. De bundel werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en geprezen door NRC-recensent Arie van den Berg. Geels’ poëzie is gedreven en expressief, met een uitbundig woordspel. Een quote: “(…) al die woorden, allemaal voor mij! Het verveelt nooit.”  

Johanna Geels schreef eerst proza en maakte muziek, voordat ze in 2004 begon te dichten. Ze wist echter als kind al dat ze wilde schrijven. In haar pubertijd kreeg ze ‘Heer vrouw boer’ in handen van Nabokov, wat een openbaring voor haar was. Daarna kwam Biesheuvel, de Russische literatuur en de naturalisten. “Ik denk dat ik daar wel door beïnvloed ben, er sijpelt altijd wel iets van ontnuchtering, fatalisme of rauwheid door mijn werk heen.” Geels ging zelf korte verhalen schrijven en won hier en daar een wedstrijd. De verhalen evolueerden zich tot steeds kortere en absurdere teksten, tot het min of meer gedichten waren geworden. Op dat moment ging Geels pas gedichten lezen. Eerst Kopland, en vervolgens o.a. Ingrid Jonker, Sylvia Plath, Gert Vlok Nel en Lars Gustafsson. “Als ik gedichten lees gaat alles jeuken, wil ik zelf weer. Voel me een kind in de ballenbak, joeghei, ik mag weer, en al die woorden, allemaal voor mij! Het verveelt nooit.”
Nadat Johanna Geels haar gedichten op internet ging publiceren, bleef een gestage stroom gedichten komen. Ze ging deelnemen aan poetry slams en won er enkele. De publicaties op papier namen ook toe. Zij publiceerde in poëzietijdschriften als Revisor, Op ruwe planken en Krakatau en in diverse verzamelbundels, waaronder De Volksverheffing. Na een optreden in kunstenaarssociëteit de Kring in Amsterdam kwam ze in contact met een uitgever, wat uiteindelijk leidde tot haar debuut bij uitgeverij Atlas. Dankzij een nominatie voor de C. Buddingh’-prijs trok het debuut de aandacht van het literaire circuit. Recensent Piet Gerbrandy liet zich in de bespreking van een bloemlezing gunstig uit over een gedicht van Geels. Recensent Arie van den Berg verklaarde haar favoriet voor de Buddingh’-prijs: 
'Een overtuigend debuut. Vanaf het eerste gedicht val je met de deur in huis: 
'in een dorpje aan de kust / woont een meisje met een / losgeslagen achterhoofd.'
 Bij zo'n opening is de aandacht volledig getrokken, net als bij de aanvang van het tweede vers: 'ik was acht en barones / belde met een oranje / telefoontje naar god.' 
Deze directe toonzetting wordt vaak een gedicht lang volgehouden. 'Het ergste, of het erotiek betreft of de dood, is onderwerp in Tuig - maar bij voorkeur in een laconiek kader.’

 

Foto: Merijn van der Vliet

Opnames

Bibliografie

Tuig (Atlas, 2008)

Links