Maria Barnas

Maria Barnas (Hoorn 1973) studeerde aan de Rietveld Academie en de Rijksacademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam. Naast haar werk als beeldend kunstenaar, schrijft Barnas. Ze is redacteur/columniste voor verschillende tijdschriften en het NRC Handelsblad. Haar literaire werk is veelzijdig: twee romans, twee dichtbundels, een toneelstuk en een libretto verschenen van haar hand. Ook was ze een van de oprichters van uitgeverij Missing Books. Vooral voor haar poëzie oogstte ze veel lof: ze werd genomineerd voor de Jo Peeters Poëzieprijs en de Pernath-prijs. De dichtbundels Twee zonnen (2004) en Er staat een stad op (2007) werden achtereenvolgens bekroond met de C. Buddingh'-prijs en de J.C. Bloemprijs.  

De jury van de Buddingh’-prijs prees Maria Barnas' debuutbundel 'Twee zonnen' als ‘peinzende muzikale poëzie, wanhopig en geestig, krachtig en breekbaar, met een transparantie die bij herlezing complexer wordt'. Volgens Erik Lindner in de Groene Amsterdammer zijn de gedichten in deze bundel "hyperclean" en "puntgaaf": 'de afheid van [haar] debuut was nogal overrompelend'. In 'Er staat een stad op' is haar poëzie minder afgerond. Er zijn grofweg twee soorten gedichten in deze tweede bundel te vinden: enerzijds de gedichten die van anekdotische (relationele) aard zijn of zich baseren op een foto, anderzijds de gedichten die bestaan bij de gratie van de symboliek, beeldspraak en metafoor.
Ook is Barnas scherp in haar observaties: haar poëzie is van een sterk visuele kwaliteit. Opvallend aan haar gedichten zijn bovendien de vele perspectiefwisselingen: 'Voorzichtig / door de straten want de stad bedenkt zich // slechts een bocht op mij vooruit', is daar een goed voorbeeld van; het gebruik van de enjambementen heeft hier maximaal effect. Het perspectief dat ze inneemt is veelal fris en onverwacht, maar altijd ter zake. In het gedicht 'Liefde voor Nabokov' (uit 'Twee zonnen') bijvoorbeeld, dat over de onnavolgbare auteur van 'Lolita' - tevens vlinderverzamelaar- gaat, schrijft Barnas: 'Terwijl Vladimir naar huis snelt om voor de vlinders / zijn vrouw te halen, sluipt iets haar tegemoet / als een rat in stilstaand water.' We kijken even mee met Nabokov's vrouw en muze Vera. Hoewel haar huwelijk als goed te boek staat, ondanks Nabokov's ontrouw, schildert Barnas hier een vrouw die zich in haar geluk bedreigd voelt. Dat blijkt uit het woordgebruik dat vanuit Vera's perspectief wordt gebruikt. Zij is ondergeschikt aan de grillen van haar echtgenoot. Nabokov, nog in zalige onwetendheid, haalt hier niet zijn vrouw op zodat hij haar de vlinders kan laten zien, maar wil haar tonen aan deze tot de verbeelding sprekende insecten die veelal met verliefdheid worden geassocieerd.
 

 

Opnames

Bibliografie

Twee zonnen (de Arbeiderspers, 2003)
Er staat een stad op (de Arbeiderspers, 2007)

Links