Lars Gustafsson
1936
Lars Gustafsson (Västerås, 1936) debuteerde op achttienjarige leeftijd met de roman 'De laatste dagen en de dood van de dichter Bromberg'. Hierna volgde een reeks romans, verhalen, gedichten, essays, reisbeschrijvingen en filosofische en politieke beschouwingen die Gustafsson in korte tijd tot een van de meest spraakmakende auteurs van Zweden maakten.
Lars Gustafssons werk is in vijftien talen vertaald en hij is bekroond met diverse internationale literaire prijzen. Van 1962 tot 1972 was Gustafsson verbonden aan het belangrijkste literaire tijdschrift in Zweden, 'Bonniers Literara Magasin'. Nu schrijft hij nog steeds voor het 'Svenska Dagbladet' en publiceert hij regelmatig poëzie in 'The New Yorker'.
Lars Gustafsson studeerde filosofie, literatuur en sociologie aan de universiteiten van Uppsala en Oxford. Karakteristiek voor Gustafsson als schrijver is dan ook zijn belangstelling voor wetenschappelijke onderwerpen. Gustafsson-vertaler bij uitstek J. Bernlef noemt hem op grond hiervan wel ‘een mathematisch lyricus’.
In 1996 verscheen 'Een raadselachtige verdwijning', een bloemlezing van Gustafsson’s gedichten vertaald door Bernlef. Recensent Tom van Deel: ‘‘Na lezing van 'Een raadselachtige verdwijning'is het volkomen duidelijk: Lars Gustafsson behoort bij het rijtje werkelijk grote dichters van deze tijd. Dat had Brodsky goed gezien toen hij zijn naam noemde bij de dichters uit Zweden die men lezen moest.’’