Pim te Bokkel

1983

Pim te Bokkel (Winterswijk, 1983) debuteerde in 2007 met de bundel 'Wie trekt de regen aan?' die hem een nominatie voor de C. Buddingh'-prijs opleverde. Hoewel Te Bokkel lange tijd een graag gezien slamdichter was, beoefent hij het genre in steeds mindere mate. Naast gedichten publiceert Te Bokkel essays en korte verhalen. Hij studeerde biotechnologie en wetenschapsfilosofie. Thans verdient hij zijn brood als tekstschrijver, voorheen werkte hij als risico-analist bij een grote bank en bestudeerde hij de interactie tussen de plant Arabidopsis en de ziekteverwekker valse meeldauw. Pim te Bokkel sport graag en heeft zich bekwaamd in tennis, yoga en volleyballen.

Pim te Bokkel werd in 1983 geboren in Winterswijk, maar groeide op in Aalten. Hij studeerde biotechnologie in Velp. Zijn studie wetenschapsfilosofie aan de Vrije Universiteit bracht hem naar Amsterdam. Na deze studie richtte Te Bokkel zich op de kunst van het schrijven. Als autodidact maakte hij zich de retorica en schrijfstijl eigen. Hij beoefende zeer uiteenlopende genres. Zo schreef hij columns voor het hogeschoolblad 'LAVA', publiceerde hij korte verhalen in 'de Gelderlander' en het Groningse tijdschrift 'Tzum' en essays in de literaire tijdschriften 'Awater' en 'Passionate'. Ook deed hij redactie-ervaring op als redactielid van het studententijdschrift 'Kalos' (2007), en het jong-literaire 'Aarghh' (2005) dat in pdf-vorm op internet verscheen. Ook voor eenden kan men bij Te Bokkel terecht. Hij werkt aan een filosofisch essay dat het prangende vraagstuk ‘wat beweegt een eend’ zal behandelen. Te Bokkel leest graag Hermans, Schopenhauer, Van Ostaijen en C.O. Jellema. Over deze laatste, Groningse, dichter heeft hij een artikel geschreven.


Te Bokkel was te zien op festivals als Poetry International, Crossing Border en het Tuinfeest. Bij het Poëziecircus was hij te zien op slams, tijdens het literaire café en DineZpluZ in de Utrechtse Stadsschouwburg. Zijn optredens kenmerken zich door een rustige voordracht waarin hij opvallend weinig spreektaal bezigt. Zijn werk verscheen in bloemlezingen en tijdschriften als Awater, Parmentier en Deus ex Machina. Te Bokkel debuteerde in 2007 met de bundel 'Wie trekt de regen aan?' bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Zijn debuut werd genomineerd voor de C. Buddingh'-prijs voor nieuwe Nederlandstalige poëzie. Te Bokkel wilde al direct een bundel schrijven waarin gedichten een onderlinge betekenis hebben en elkaar versterken door ze te bundelen. Want wat je schrijft, moet je ook zien te publiceren, zo stelt hij in een interview dat in 'De Gelderlander' verscheen. "Als je spreekt, wil je dat er iemand luistert. Voor schrijven geldt hetzelfde. Maar," voegt hij eraan toe, "als je een lezerspubliek wilt behouden, dan moet je wel je best doen om mensen ook mooie dingen voor te schotelen. Dat doe je niet in de eerste plaats door de toffe jongen uit te hangen op een podium." Slammen doet hij dus nog nauwelijks. Poëzie om te lezen stelt ook andere eisen dan poëzie om te beluisteren. Een echte dichter kan volgens hem niet zonder het zolderkamertje waar hij eenzaam aan zijn zinnen schaaft. "Wie een bundel maakt, kan daar niet omheen. Publicaties zijn kleine bewijzen van de schoonheid van je verzen. Ik wil verzen maken die ook anderen mooi vinden." Over zijn werkwijze zegt hij: "Ik probeer de dingen te beschrijven zoals ze beleefd worden, niet zoals ze gekend worden. Daarvoor heb je een omweg nodig. Dingen worden niet langer benoemd, maar om- of beschreven. Daarom is mijn poëzie zo rijk aan beelden: daarmee kun je je onderwerp weer in de verbeelding tot leven brengen."

Laatst gewijzigd op 10 oktober 2013 door Gina van den Berg

Opnames

Bibliografie

Wie trekt de regen aan (Nieuw Amsterdam, 2007)
De dingen de dingen de dans en de dingen (Nieuw Amsterdam, 2010)
Dit is hoe een storm ontstaat (Nieuw Amsterdam, 2013)

Links