Tomas Lieske

1943

Tomas Lieske debuteert in 1987 met de bundel 'De ijsgeneraals' en staat in twee jaar later al op Poetry International. Hij beperkt zich niet tot poëzie alleen: uit zijn pen vloeien ook essays en prozateksten. Het levert hem geen windeiëren op: voor zijn prozadebuut 'Oorlogstuinen' (1992) ontvangt hij de Geert Lubberhuizenprijs en voor zowel 'Nachtkwartier' (1995), 'Franklin' (2000) als 'Gran Café Boulevard' (2003) wordt hij genomineerd voor de Libris Literatuurprijs, een prijs die met die 'Franklin' dan ook wint. De VSB Poëzieprijs krijgt Lieske voor de bundel 'Hoe je geliefde te herkennen' (2007).

Tomas Lieske wordt in 1943 te Den Haag als Ton van Drunen geboren. Hij studeert Nederlands en Theaterwetenschappen en geeft enige tijd les aan het Haags Montesori Lyceum. Na publicaties in De Revisor en in het blad Tirade, waarvan hij samen met Robbert Anker en Willem Jan Otten ook redacteur van zou worden, debuteert Lieske in 1983 op bij Querido. Hij is nooit van uitgever meer veranderd.
Lieske's werk rust op drie pilaren: zijn jeugd, zijn voorwerk en (natuurlijk) zijn fantasie. De schrijver is vermaard om zijn consciëntieuze voorwerk: de anderhalf jaar in aanloop tot het schrijven van Dünya (2007) (nog eens anderhalf jaar) gingen daaraan op; het maakt hem misschien wel tot een hedendaagse Flaubert (voor wie een nog langere voorbereidingstijd niet vreemd was; aan Madame Bovary werkte hij 5 jaar). Zodra Lieske daadwerkelijk aan het schrijven gaat, vertrekt hij naar het buitenland, bijvoorbeeld naar Berlijn: voor schrijfdoeleinden heeft hij er een appartement.
Als grote invloeden op zijn werk zijn de schrijvers Nabokov, Shakespeare en Tsjechov aan te duiden. Als we mogen afgaan op een interview dat Sander Pleij voor Vrij Nederland hield met Lieske, mogen we daaraan ook nog de schilder Vermeer toevoegen.
Over Lieske's persoonlijke leven is weinig bekend. In het voornoemde interview geeft Lieske aan dat hij zijn persoonlijke mythe en dat gedeelte van zijn leven waaruit hij inspiratie uit haalt voor zichzelf wil houden: 'Ik heb er geen enkele behoefte aan om dat rijkelijk tentoon te stellen aan iedereen, zodat ik straks denk: ja, verdomme, nou heb ik dingen weggegeven die ik ook in die literatuur had kunnen gebruiken.’
Laten we dat respecteren.

Foto: Friso Keuris

Opnames

Bibliografie

De ijsgeneraals (Querido, Amsterdam, 1987)
Een tijger onderweg (Querido, Amsterdam, 1989)
Een hoofd in de toendra (Querido, Amsterdam, 1989)
Oorlogstuinen (Querido, Amsterdam, 1992)
Grondheer (Querido, Amsterdam, 1993)
Nachtkwartier (Querido, Amsterdam, 1995)
Gods eigen kleinzoon (Querido, Amsterdam, 1996)
De achterste kamer (Querido, Amsterdam, 1997)
Franklin (Querido, Amsterdam, 2000)
Stripping & Andere sterke verhalen (Querido, Amsterdam, 2002)
Gran Café Boulevard (Querido, Amsterdam, 2003)
Mijn soevereine liefde (Querido, Amsterdam, 2005)
Hoe je geliefde te herkennen (Querido, Amsterdam, 2006)
Dünya (Querido, Amsterdam, 2007)
Een ijzersterke jeugd (Querido, Amsterdam, 2009)

Links