Rijn Vogelaar
Rijn Vogelaar werd in 1969 geboren in het Brabantse Steenbergen en woont sinds 1990 in Rotterdam. Hij studeerde psychologie in Amsterdam en Leeds (UK). Vanaf zijn zestiende schrijft hij gedichten, gestimuleerd door zijn leraar Nederlands. Vogelaar is befaamd om zijn voordrachten. Een toeschouwer schreef eens: "Wie Vogelaar een keer heeft zien voordragen hoort voortaan zijn stem bij het lezen van zijn gedichten." Hij draagt voor uit het hoofd, met veel aandacht voor rijm en ritme. Hij was 'adopted poet' van de popband Lemonade toen hij in Leeds studeerde en toerde met hen door het Noorden van Engeland. Ook in Nederland trad hij vaak op in gezelschap van muzikanten. Zo deelde hij het podium met o.a. Barry Hay en Rick de Leeuw. Bij Gopher Publishers publiceerde Vogelaar de bundel "De euforie van wankel evenwicht."
Over "De euforie van wankel evenwicht":
'De euforie van wankel evenwicht' van performance-dichter Rijn Vogelaar is een selectie uit de gedichten die hij in de loop der jaren geschreven heeft. Desondanks kent Vogelaars bundel toch een zekere eenheid. Daarvoor zorgt dethematische indeling. Na het openingsgedicht volgt een reeks van tien gedichten onder de duidelijke 'Passie'. Het zijn liefdesgedichten zoals ze in alle tijden geschreven zijn, nu eens teder en dan weer speels of teleurgesteld van toon. Veel gedichten uit deze debuutbundel komen het best tot hun recht wanneer ze voorgedragen worden. Wie de stem van dichter achter de poezie hoort, zal er nog meer van genieten.
Michel de Koning, BN/DeStem
'Zowel teder als zelfbewust zoekt de dichter in de intimiteit naar eeuwigheid, een samengaan dat moeilijk te verwoorden en te verbeelden valt. Hij reikt naar het wankel evenwicht, de euforie van de roes en doet dat op zeer persoonlijke wijze. Krachtige poëzie met zuivere vondsten en een welluidende voordracht.'
Simon Vinkenoog, Jurylid van de Grand Finale Poëzieslag
'Het werk van de laatste dichter van deze avond was wat de jury betreft een doorbraak naar de eenvoud en de helderheid. Net zoals het moeilijk is om met weinig woorden veel te zeggen, is het ook een knappe exercitie om poëzie te schrijven met simpele, glasheldere taal. Om je niet te verschuilen achter moeilijke woorden en complexe, soms pseudo-diepzinnige zinnen. Het is niet iedere dichter gegeven om die verleiding te weerstaan. Rijn Vogelaar is zo'n dichter, die dat wel kan. En dat is te prijzen. Je geeft je als dichter namelijk genadeloos bloot. En dat niet alleen. Je loopt bovendien een verhoogd risico om niet serieus te worden genomen door critici en het intellectuelere deel van het publiek. En datzelfde risico geldt in nog grotere mate voor de categorie waar deze poëet naar eigen aanduiding ook een aantal gedichten in heeft geschreven, het zogenaamde light verse. Geloof me, er is weinig zwaarders dan light verse schrijven. Om een goed light verse te schrijven welteverstaan. Om niet te verzanden in oubollige woordspelingen en flauwiteiten. Bij Rijn Vogelaar weet die gevaren perfect te omzeilen. En dat je ook met light verse knappe staaltjes qua vorm kunt leveren, bewijst hij met een zogenaamd Jozzonnet, getiteld 'Wulps meisje'. Een Jozzonnet is een gedicht waarvan elke regel in omgekeerde volgorde letterlijk terugkomt, en waarvan enkel de middelste zin uniek is. Je zou dit een kunstje kunnen noemen, maar wat mij betreft is het ook kunst, zeker als je het woord 'kunstje' op een functionele manier in datzelfde kunstje terug laat komen, zoals de dichter dat in dit bewuste Jozsonnet doet. Maar Rijn Vogelaar schrijft niet louter light verse. Integendeel. Het grootste gedeelte van zijn poëzie valt, zoals hij het zelf aanduidt in de categorie passiegedichten en beschouwingen. Liefde is in deze bundel toch het thema waar het zwaartepunt op licht, en dat levert prachtige poëzie op, waarvan de jury het gedicht 'Reizen op Reeboks rug' het mooiste vond. Als er dan toch een punt van kritiek genoemd zou moeten worden, dan zou je kunnen stellen dat deze dichter af en toe het cliché niet schuwt, maar die kritiek wordt in de meeste gedichten direct weer gelogenstraft door het gebruik van surrealistische wendingen die juist hierdoor een extra verrassend karakter krijgen.'
Jury rapport Vrije boekenweek



